| Vertaald
uit het middeleeuws-latijn door Marianne Mulders-Zonneveld, verklaard en waar
nodig gecorrigeerd door de heer Redmer
Alma ( Dr Archief) |
Transcriptie
Redmer Alma
|
|
| Naar
twee originelen A & B die hier en daar kleine verschillen vertonen,
meegenomen in de vertaling.Er zijn diverse latere afschriften van deze oorkonden , zowel van
de A als de B versie, alle in het Latijn en uit verschillende perioden;
twee B afschriften hebben een potlooddatum 1675; één van de A
afschriften is ondertekend met de naam Alting 4-2j-66.Menso
Alting ( 1617-1678) de kleinzoon van de hagepreker, was syndicus en raadsheer
in Groningen ttv het beleg van 1672, Bommen Berend. |
Er bleek een ongedateerde vertaling van de A versie in het Gron. Archief te zijn met als
overgeschreven jaartal 1315 ( RVR0059003), Het handschrift is volgens R.
Alma echter niet begin 14e
eeuw, mogelijk uit de 16 e eeuw, . Geprobeerd zal worden dmv
handschrift- vergelijk de schrijver te achterhalen.
De
familie Alting heeft deze oorkonden van 1309 en 1315 in hun eigen bezit gehad
en veiliggesteld tijdens het beleg van Groningen door Maurits, en deReductie
met Willem Lodewijk als stadhouder in 1594.
Egbert
Alting uit Gasteren ( 1549-1594) was secretaris van de stad Groningen, zijn
zoon Joachim (1556-1625) na de Reductie
in 1594 burgemeester van de stad.
|
|
| Wij, Liudolfus, ridder en heer van
Gronebeke, prefect (stadhouder) in Groningen, de gezworen rechters (etten)
van Drenthe en redgers (rechters) van Fivelgo, verklaren aan allen die dit
zullen zien of horen,
|
Wij Luloff, ridder, here van Groenebeeck,
stadtholder in Groeningen, etten van Drenthe, richters van Fyvelinge landt
doen kundt allen dessen seende ofte hoeren lesende
|
|
|
dat het geschil tussen de gemeenschap in
Thrantawalda (Drentherwolde) aan de
ene kant en de buren van Annen aan de andere kant, over de waterloop of
rivierstroom die de Hunesa (Hunze) genoemd wordt, is gezoend (bijgelegd) door
de onderscheiden mannen Rickardus en Johannes, lekebroeders van Esse (B: Jesse)
en Eneco en Nonno, buren van
Zuidlaren, uit beide eerdergenoemde partijen gekozen mannen (B: scheidsrechters),
dat de bezitters van de drie huizen in het
dorp Annen, namelijk Altinga,
Oldinfokkinga en Thicboldinga (B: Altenga, Oldenfockinga en
Thadboldinga), de visweer (of aalstal), die eens de monniken van Aduard gehad
hebben, door genoemde buren van Annen verwoest is, die gewoonlijk "were" genoemd wordt, op
hun kosten en door hun arbeid zullen
herstellen en het herstelde eeuwig zullen onderhouden,
waarvan de breedte 7 ½ voet zal zijn, de
diepte gelijk aan de diepte van de genoemde visweren of weren
van de genoemde buren.
|
dat sodane twist als dair verresen was
tusschen den van Drenthewalden ener unde ingheseten ofte borgher van Annen
anderdeels, up de wateringhe de Hunesa ghenoempt
is nederghelecht dorch scheydesluyden van beiden parten dairtho
verkoren naemptliken de erbaren mannen Rychardt unde Johan, begheven
broederen van Essen, Eneko unde Nonno, borgher van Suytlaren bij alsoe de besitters drier huysen in den dorpe Annen, als Altinga, Oldefockinga,
Thieboldinga, de visschenije de die monnike van Adwert
pleghen tho hebben unde van den vors. bor-
gher van Annen verdorven offte destrueert,
de men ghemeenlick hetet de were, sollen up hoire kost unde arbeyt
repareren offte wedermaken unde tho ewighen daeghen also holden, staende dair de wijte achtedehalff (8-1/2=7+1/2) voet van sijn sall, de deepte
sall sijn als de deepte der visschenijen offte der weren der vors. borgher
|
|
| De arm van de oosterkant zal (in hoogte)
gelijk zijn aan het ernaast gelegen land. De westerarm echter zal drie voeten
hoger zijn dan het ernaast gelegen veld, en de lengte zal zijn zes roeden.
|
boven gheleghen de oesterarm vloegell offte sijdt, sall gelijck soe hoeghe sijn als dat
landt dair naest an gheleghen, de westerarm offte sijdt sall dre voeten
hoeghen sijn dan dat velt offte landt dairnaest an gheleghen, de lenckte sall
sijn ses roden
|
|
| Indien waarlijk een scheur/breuk zal zijn in
de armen of de velden, dan zullen de bezitters van de drie bovengenoemde
huizen de eerstvolgende dag beginnen te repareren, en zullen ze blijven
repareren en zullen ze niet ophouden totdat de scheur/breuk zal zijn
hersteld, op straffe van honderd marken sterling. |
unde weer 't oick sake dat dair enich
ghebreck in den armen offte sijden, vloegelen offte velden sollen de vors.
besitters den [lees: der] vors. dren huysen des daeges dair aldaernaest nae
voert begunnen tho maken unde niet upholden solanghe de repareert offte thobroken stucken synt
gemaket, bij pene hundert marck steerling,
|
|
| Voor welk herstel of onderhoud van de
genoemde visweer de zijlvesten (B: gemeenschap) van eerdergenoemde
Thriantawalda aan de bezitters van genoemde huizen de visserij in genoemde
were [toe zullen staan] (B: en) van
allerwegen [toe zullen staan] (letterlijk
schadeloos zullen houden) grondmateriaal (aarde) te nemen, (letterlijk: genomen)
waar dan ook van buiten het veld, op
straffe van honderd marken sterling. |
voir welckeer reparatien unde de
underholdinge der vors. were den vors. dren huysen besitters hebben de
sijlvesten van de Drentewalden hiem thogestaen de visscherije in de selve
were unde de eerden sollen se moeghen nemen uuth den velden unde
lande unbehindert allerweghen bij pene hundert marck steerling
|
|
| Toegevoegd is eveneens, indien door
boosaardigheid van iemand of van iemanden er heimelijk een scheur/breuk
gemaakt zal worden en dit aan iemand of
iemanden ten laste gelegd zal zijn, deze zichzelf met een
twintigvoudige eed (de beklaagde met 19 eedhelpers) van geloofwaardige
eigenerfden uit de dorpen Eext, Gieten en Bonnen zal of zullen zuiveren.
|
bij oick also weerdt dorch boesheit emants worden verdorven,
doergesteken, hemelick unde men tijede dat wel an, de sal sick untghaen self
twintichsten myt eghenar vede luyden de loffweerd<i>ich</i> sint
in de dorpen Eelthe, Gheten unde Bunnen
|
|
| Na deze zuivering zullen (A:) allen, zowel van de zijlvesten als die van Annen
(B: = de gehele gemeenschap van Threntawalda in Annen ) een dergelijke
scheur/breuk repareren. |
dat dan also geschien synde, sollen alle de
sijlvesten myt den van Annen de ruptuer offte thobrekinge wedermaken
offte repareren,
|
|
| Indien echter iemand met een machtig man of
machtige mannen de genoemde were deels of in zijn geheel verwoest zal hebben,
zo zullen alle vaker genoemde mannen van het zijlvest (de al vaakgenoemde
gemeenschap) en de buren van Annen repareren, en de bezitters van de al vaak
genoemde huizen zullen (het gerepareerde) voor altijd onder bovengenoemde
voorwaarden onderhouden. |
weer 't oick dat dorch enich gewalt groter
personagen offte vermoegende luiden de vors. were in een part offte geheel
verdorven worden, so solle de vors. sijlvesten allen unde de van Annen
wedermaken unde besitters der vors. dren huysen tot ewighen daegen in weerden
holden myt conditien als vors.
|
|
|
In getuigenis van het voorgaande zijn onze
zegels in (aller) aanwezigheid aangehangen.
In het jaar van Onze Heer 1309,
A: De dinsdag na Sint Egidius abt.
Gegeven te Kropswold
B: De woensdag na abt Egidius
A:
Kropswolde B: Middelbert
|
In
tuichnisse van dessen vors. alle, sint unse segele an dessen ghehanghen.
In den jaire mccc unde xv (1315 !)
des dingesdaeges
na Egidii abt. Gegeven tho Cropswolde.
NB. "Sint Egidius abt"
is de middeleeuwse aanduiding voor 1 september
|
|
| |
|
|